| |
Geografische Informatie
China, het op twee-na-grootste land van de werelds, wordt omringd door de woestijnen van Mongolie, de ongastvrije Tibetaanse vlaktes en de Himalaya in het westen en de Oostelijke en Zuidelijke Chinese zeeen. De topografie van China omvat alle soorten landschappen. Van hoge gebergten tot vormloze vlaktes, van het Tibetaanse 'dak van de wereld' in het westen tot de Binnenlandse Mongoolse Hoogvlakte ten oosten van de Yangzi Rivier vallei. In het zuidwesten ligt de Yunnan-Guizhbou Hoogvlakte. Dit gebied wordt verscheurd door talrijke bergkloven, watervallen, ondergrondse spelonken en kalkstenen kliffen. De binnenlandse bezienswaardigheden bevatten de Taklamakan. Hier liggen woestijnen, gevormd uit verdampte zoutmeren en de Turpan Depression (China's heetste regio, het staat bekend als de Oase van Vuur). De belangrijkste handelsroutes via het water zijn de Yangzi, Yellow, Mekong en Salween rivieren. Deze worden gevoed door smeltende sneeuw uit de bergen van West-China en de hoogvlakten van Tibet.
|
|
Natuur
| Flora | China's natuur wordt bedreigd door ontbossing, afgrazing en intensieve cultivatie. De laatste grote beboste gebieden liggen in het subarctische noor-oostelijke deel van China tegen de Russische grens. Het tropische zuiden heeft een diverse begroeiing, waaronder regenwouden. De tropische regenwouden in het zuiden bestaan uit altijdgroene bomen met palmbomen ertussen. Het subtropische centraal oostelijke gedeelte van China is rijk gevuld met plantensoorten: eiken, ginkgo, bamboe, dennen, azalea, kamille, laurier, en magnolia groeien hier. Wouden hebben meestal dicht struikgewas en bamboegewas. Coniferen en berggrassen domineren in de hoger gelegen gebieden. In het oostelijke gedeelte van de Mongoolse steppen groeit droogtebestendig gras. De Hoogvlakten van Tibet zijn bedekt met toendra vegetatie, vooral in de lagere gebieden met een hogere vochtigheid. Deze vegetatie bestaat uit grassen en bloemen. De nuttige planten van China zijn onder andere bamboe, ginseng, en engelwortel. | | Fauna | De verschillende habitatten in China zorgen dat er een grote diversiteit aan fauna in China kan leven. Deze varieert van arctische soorten in het noord-oosten en Tibet tot vele tropische soorten in Zuid-China. Sommige soorten die elders zijn uitgestorven komen nog voor in China. Hieronder bevinden zich de grote peddelvissen van de Yangtze Rivier, verschillende soorten alligators en salamanders, grote pandas (die alleen nog in zuidwest China voorkomen), en Chinese waterherten (die alleen in China en Korea voorkomen). Dieren die in China voorkomen zijn onder andere pandas, sneeuwluipaarden, olifanten, schapen, wilde buffels, rendieren, elanden, muskusdieren, beren, sabeldieren en tijgers. Vogelaars kunnen kraanvogels, eenden, buizerds, zwanen en reigers zien rond de meren en de natuurreservaten. | | Nationale parken | China heeft meer dan 300 natuurreservaten. Een ervan is Nanwenquan Park (South Hot Spring), dat 24 km van de stad Chongqing ligt, in de bergen van China. |
|
|
Klimaat
China is een grote natie en heeft een grote diversiteit van klimaten: van tropische condities in het zuiden tot een sub-arctisch klimaat in het noorden. Het noordoosten heeft te maken met hete, droge zomers en koude winters. Bovendien heeft het bijna voortdurend met neerslag te maken. Het centrale gebied heeft lange, hete zomers, koude winters en veel neerslag. In het zuiden zijn de zomers semi-tropisch en de winters kort en koud. Over het algemeen regent het hier van april tot oktober. Langs de kust is het op zijn minst 80 dagen per jaar mistig.
|
|