| |
Geografische Informatie
Nepal grenst in het noorden aan China en in het zuiden aan India. Het landschap in het noorden van Nepal wordt bepaald door het zuidelijke Himalaya gebergte, dat niet alleen de hoogste bergtoppen in de wereld heeft, maar ook het jongste gebergte is en nog steeds groeit. De hoogste toppen zijn de Mount Everest (8848 m) en de Annapurna. Naast de 4 bergketens - Chure Heuvels, Mahbharat Keten, Himalaya en Tibetan Marginals - heeft Nepal ook wijdse vlaktes in het zuiden, vruchtbare valleien in het midden van het land en woeste hoogvlaktes in het noorden.
|
|
Natuur
| Flora | Er zijn meer dan 6.500 boomsoorten, struiken en in het wild groeiende bloemen in Nepal. Het bloeiseizoen is op zijn mooist in maart en april wanneer de rododendron, de nationale bloem van Nepal, in bloei staat. | | Fauna | In Nepal leeft ook een groot aantal diersoorten, waaronder 800 vogelsoorten en exotische zoogdieren als de Bengaalse tijger, het sneeuwluipaard, neushoorns, olifanten, beren, herten, apen en jakhalzen. De wilde dieren leven over het algemeen in de nationale parken, reservaten en in het westen van Nepal, waar weinig mensen wonen. Door de erosie en stropersactiviteiten leven er nauwelijks nog wilde dieren in de overige delen van Nepal. | | Nationale parken | In het omheinde Nagarjun Bosreservaat ten noordwesten van Kathmandu, leven fazanten, herten en andere dieren. Dit is een van de weinige belangrijke onaangetaste bosgebieden in de Kathmandu vallei. De hoofdingang van het reservaat ligt op ca. 20 minuten fietsen van Thamel. De wandelpaden beginnen direct achter het hek. Voor nationale parken en reservaten kan afhankelijk van de route, entreegeld worden geheven. |
|
|
Klimaat
Als gevolg van de moesson heeft het klimaat Nepal een typische verdeling in twee seizoenen: het droge seizoen (oktober tot en met mei) en het natte seizoen (juni tot en met september). De moesson heeft invloed op het weer in het hele land. Vaak zetten de moessonregens eerst de zuidelijke vlaktes onder water, voordat de regenbuien ophouden en wegtrekken richting het noorden en westen. De temperatuur is in de zomermaanden mei en juni het hoogst en in de wintermaanden december en januari het laagst.
|
|